Spreej: “Ik maak graag emoties los”

Rappers zeggen master, kinderen zeggen meester. Vroeger stond Spreej voor de klas, tegenwoordig op een podium. Ook on stage wil Spreej dingen bijbrengen. “Het is niet omdat je uit een sociale woonwijk komt, dat jij je moet blindstaren op de weinige mogelijkheden die je voorgeschoteld worden.”

De rollende r in Spreej, doet zoals zijn naam – Christophe Caboche (27) – denken aan diens Franse roots. De taal waarin hij begon te rappen en waarin je hem ook eenmalig hoort op het “Trots”-album. Zijn vader komt uit Lille, zijn moeder uit Antwerpen. Spreej zelf groeide op in Nieuw-Gent – “Nouveau Gand”- in de Mercuriusblok van de hoogbouwwijk.

Lyricaal is Spreej eerder on point, tegenover Safi die het ietwat vager houdt. Spreej: “Ik houd het niet graag oppervlakkig: dan heb ik het gevoel dat het niet interessant genoeg lijkt. Ik maak graag emoties los. Misschien dat ik daarom iets meer choqueer. Ik krijg er veel reacties op. In het begin was dat schrikken: mensen trekken zich er echt aan op. Het is mooi om te zien dat onze boodschap die wij dachten te brengen aankomt. Sommige verhalen die we van fans te horen krijgen zijn echt serieus. Emotioneel ook. Eigenlijk doe ik net hetzelfde, alleen op een beat. Misschien dat mensen daarom denken: hij geeft zich bloot, dus ik kan dat als luisteraar ook doen tegenover hem. Fans hoeven zich zeker niet te schamen om zichzelf bloot te geven. Ze mogen dat blijven doen. Het lukt me niet altijd om op ieder bericht te antwoorden, maar ik probeer alles te lezen en emotioneel mee te leven. Die emoties pak ik mee, ze geven me inspiratie voor mijn teksten.”

 

“Sommige verhalen die we van fans te horen krijgen zijn echt serieus. Emotioneel ook. Eigenlijk doe ik net hetzelfde, alleen op een beat. ”

 

flus-safi-spreej-fase-2-interview-album-2

Daniël Busser, die het voorprogramma deed op de releaseparty van “Trots”, kan zich enorm identificeren met je teksten. Je coacht hem ook als artiest.

Daniël stuurde me constant zijn nummers door. Uiteindelijk gaf ik hem een kans en checkte ik zijn muziek. Ik verschoot nogal: ik hoorde een nummer van hem van toen hij veertien was en dat was al helemaal op niveau. Ik kreeg echt zin om hem te begeleiden. Ik geloof nog altijd dat hij de toekomst kan zijn. Waar hij nu al staat op zijn zestiende… Hij blijft alsmaar groeien als persoon en als artiest.

Saalk vertelde op FLUS dat je om tien uur ’s avonds eens bij hem aanbelde om diepgaande gesprekken te houden. Ben jij daar de man voor?

Ik vind dat gewoon heel interessant. Er zijn veel Eigen Makelij-artiesten die graag interessante gesprekken voeren. Met Safi en Rakke heb ik ook zulke gesprekken. Dat gaat over van alles. De toekomst van deze wereld, spiritualiteit, positivisme, God…

Als we je muzikale loopbaan overlopen, heb je best met veel mensen samengewerkt. Nu met Safi als duo, vroeger vaak in muziekgroepjes. Laatst verscheen je met Tourist Lemc in de MNM-studio en je verraste ook door met Migiboss in 101Barz op te duiken.

Ja, Tourist belde me om te vragen of ik met hem meewou. Hij weet dat ik ooit eens een nummer met hem wil maken, waarschijnlijk had hij dat toen in zijn achterhoofd. Bij Migiboss verliep het contact via Twitter. Zo ben ik op een dag afgezakt naar Hoogvliet. Hij was bezig met een mixtape en dan hebben we daarvoor een nummer gemaakt in de studio. Nadien vroeg hij me mee naar 101Barz. Zo eenvoudig is het verlopen.

Samenwerking met onze noorderburen in je niet vreemd: je zat vroeger in een Belgisch-Nederlands bandje: Nota BeNe.

Dat klopt: dat was nog voor de periode toen ik aan “Aangenaam” werkte. De groep bestond uit drie vrienden van mij uit Tilburg en twee uit Gent, waaronder Storme. Met ons zessen gingen we samen de studio in. We schreven enkele nummers en speelden op een paar podia. De meeste van onze nummers hadden we eigenlijk niet eens opgenomen. (lacht)

Met enkele klasgenoten uit je lerarenopleiding vormde je ook een groepje: Spliff Swifty.

Ja, een live band. Het had eigenlijk geen genre. Ik ontwikkelde toen nog mijn live performance en rap skills. Die optredens hebben me toen wel geholpen. Een jaar of twee hebben we dat gedaan. We stonden zelfs op Polé Polé, een mooi hoogtepunt. Bovendien hebben we het jaarlied voor de Scouts van Vlaanderen kunnen maken. Dat was ook wel wijs.

 

“Ik ken mensen die bezig zijn met rap, maar zich verliezen in het straatleven: dat wil ik eruit halen.”

 

Waarom wou je leraar worden in het lager onderwijs?

Ik weet het niet precies. Ik zat in het zesde middelbaar en wist niet goed wat ik verder zou doen. Ik vond het wel cool hoe mijn leerkrachten interactie hadden met jongeren. Ik zag daar wel iets in. Ik wilde wel geen leerkracht worden in het middelbaar: als ik naar mezelf keek, was ik niet het ideale voorbeeld. Ik zou niet graag les gegeven hebben aan een klas met zulke leerlingen. Mijn beste periode op school lag in het lager onderwijs. Dus ik dacht: laten we proberen om daar les te geven. Je krijgt er bovendien nog erkenning en liefde als meester.

Heb je ooit voor een klas gestaan?

Ja, net voor ik in de Slam ben gaan werken, een hiphop shop in Gent. Tien dagen heb ik toen als interim een klas overgenomen. Mensen onderschatten dat. Het is immens veel werk en je neemt dat ook meer naar huis. Na die tien dagen had ik even geen zin meer om te solliciteren als leraar. Toen – drie, vier jaar geleden – was ik ook niet zo volwassen als nu. Die verantwoordelijkheid kon ik toen nog niet dragen. De lagere school, dat is echt de basis. Je leert ze alles: lezen, schrijven, rekenen… Zou ik er nu instappen, dan had ik ze zulke dingen beter kunnen bijleren.

Zie je nog een rol voor jezelf als leraar?

Ik zou het niet erg vinden om erop terug te vallen, laat ik het zo zeggen. Ik zou er mijn voldoening kunnen uithalen.

Aan welke leerjaren heb je les gegeven?

Ik heb ze allemaal gedaan. De derde graad vond ik het leukste. Het vierde leerjaar ook nog: vanaf dan kan je al wat meer jezelf zijn: je hoeft ze niet meer zo te betuttelen.

Zijn er vergelijkingen met het artiestenleven? Als leraar sta je ook op een podium, je bent soms ook een held…

Het heeft mij wel geholpen om mijn stem te leren gebruiken. Als ik optreed, heb ik geen schrik om de luidste stem boven te halen om ‘laat jullie horen’ te roepen. Die controle heb ik in de klas ontwikkeld. Je staat ook voor een publiek: je mag geen schrik hebben. In dat opzicht heeft dat wel geholpen. Ook voor interviews. Mijn Algemeen Nederlands moest in orde zijn, als rapper moest ik verstaanbaar klinken… Mijn studie heeft dus zeker mijn muzikale carrière beïnvloed.

In het middelbaar volgde je Grafische technieken. Vanwaar die interesse?

Toen ik klein was, tekende ik heel graag. Door het straatleven en muziek heb ik dat wat aan de kant geschoven. Na het zesde leerjaar ben ik zoals iedereen een asorichting gaan volgen, maar dat lag me niet. C-attest gekregen, van school gestuurd… Ik moest naar een technische school en overliep alle richtingen. Hout en bouw leken me saai, tekenen zei me wel iets. Ik maakte een hiphopmagazine als eindwerk: mijn passie heb ik er dus in kunnen verwerken. Als ik nu de tijd, heb zou ik nog altijd goed tekenen.

Dat tekenen heb je gemeen met Safi.

Klopt, maar hij is er harder in doorgegaan. Hij liep school in de kunsthumaniora: dat was pure focus op het tekenen en schilderen.

 

 

Iets anders. Waar woon je precies in Gent?

Aan de Dampoort. Mijn studio ligt nog in Nieuw-Gent, bij mijn moeders thuis, in de slaapkamer van het ouderlijk huis. Destijds heb ik er een studio gebouwd met mijn studiebeurs.

Nouveau Gand. Je vermeldt het vaak.

(fier) Ik ben trots op die buurt. Het is niet omdat je uit een sociale woonwijk komt, dat jij je moet blindstaren op de weinige mogelijkheden die je voorgeschoteld worden. Je kunt letterlijk doen wat je wilt, alles betekenen en bereiken wat je wilt. Hoeveel mensen mij uitlachten met Vlaamse rap. En kijk nu eens… Ik ken mensen die bezig zijn met rap, maar zich verliezen in het straatleven: dat wil ik eruit halen. Anderen twijfelden tussen het straatleven en het voetbal. Nu gaan ze helemaal voor het voetbal. Die hoop wil ik daar doorduwen. Daarom dat ik Nouveau Gand veel vermeld.

Je haalt er veel positivisme uit.

Haat, daar ben ik niets mee. Die vroegere wraak zit er niet meer in, al ben ik ergens toch wel blij dat ik het tegendeel bewezen heb van hoe ze over mij dachten.

 

“Als je ons nieuw album beluistert, hoor je dat we het vaak over geloof en over God hebben.”

 

Ben je een voetballiefhebber?

Ja, maar ik ga niet hypocriet zijn: ik blijf niet thuis om iedere voetbalmatch te zien.

Maar je hebt toch meegevierd toen Gent kampioen werd?

Ja, natuurlijk. Ik heb samen met vrienden thuis de beslissende wedstrijd gevolgd en we zijn daarna wat losgegaan. Een memorabel moment, historisch zelfs.

Los van het voetbal: de Gentse gemeenschap blijkt goed aaneen te hangen. De moslims zijn er goed verankerd. Er zijn ook geen Gentse Syriëstrijders…

Nu je het zegt…. Ik zou echt niet weten hoe dat komt. Nieuw-Gent is grotendeels een moslimgemeenschap. Iedereen komt zowat met iedereen overeen. Ik zou eigenlijk niet weten waarom iedereen er zo positief is tegenover elkaar… Er zijn altijd wel uitzonderingen, maar in het algemeen is er zeker geen haat.

Hebben jullie moslims als fans?

Ja, in mijn buurt alleszins. Safi heeft ook enkele moslimvrienden. Moslims herkennen zich wel in onze muziek. Als je ons nieuw album beluistert, hoor je dat we het vaak over geloof en over God hebben. Iedere religieus praktiserende persoon met de juiste bedoelingen kan niet anders dan achter ons staan.

Jullie traden op als surprise act tijdens het verjaardagsfeestje van Kevin De Bruyne. Hoe heb je hem leren kennen?

Eén à twee jaar geleden tweette hij eens: ‘Onderweg naar Bremen met Safi & Spreej in de auto.’ Ik twitterde enthousiast terug en hij vertelde dat hij “Fase 2” dope vond. Later leerde ik Daniël kennen. Heel toevallig is zijn neef, Kenny Genius (Kenneth Staelens, nvdr.), de beste vriend van Kevin De Bruyne. Zo ben ik in hun vriendenkring terechtgekomen en heb ik hem persoonlijk leren kennen. Het leek me dus logisch om voor hem op te treden. Zijn vriendin had met Kevins vrienden een verrassingsfeestje georganiseerd. Wij stonden verstopt achter de dj booth, zijn familie stond ervoor. Toen hij aankwam, ging iedereen aan de kant. Dj Dysfunkshunal zette “Trots” op en wij brachten onze verse. Daarna deden we naast “Naast Mij” en ging het feest los. Zijn familie wist dat hij fan was van ons. We zijn ondertussen ook al bevriend geraakt met zijn vrienden.

Hij is oorspronkelijk van Gent. Schept dat een band?

Zeker. Ook met zijn familie.

Ten slotte: ik herinner me nog een promofilmpje van Ill City waarin je zei: “Als ik ooit maar een klein beetje geld zou kunnen verdienen door te rappen, dan ben ik de gelukkigste mens ter wereld.”

Het is goed dat je daar over begint, want dat is een belangrijk filmpje voor in de toekomst. Meer kan ik er niet over zeggen. Wat ik toen allemaal zei, zijn nog altijd visoenen waar ik mee bezig ben. Het is de houvast geweest van mijn toekomst. Bepaalde dingen die ik daarin zeg, gaan nog gebeuren. Af en toe herbekijk ik het nog. Om te kijken hoe ik was op dat moment. Ik herinner mij dat nog heel goed. Het grappige is: van die reeks Ill City-filmpjes zijn er maar twee video’s geweest. Ik was de tweede, Safi de allereerste. Het was heel mooi wat ik zei: ik hoopte in alle nederigheid rond te komen van mijn muziek. En nu zit ik hier. Dus ja: ik ben de gelukkigste mens ter wereld. Daarom dat ik me ook focus op het positieve. Waarom zou ik me focussen op haat?

 

over de auteur

Sander Carollo

LinkedInTwitter

 

 

 

 

 

 

 

 

Omslagafbeelding: © Pauline Poelmans