“Hiphop had een boek nodig”

‘Wat betekent hiphop?’ Journalist Rajko Disseldorp (24) stelde de vraag in zijn boek ‘Hiphop in Nederland’, waarin hij de tien beste Nederlandse rappers sprak. ‘Wie het leest, zal het genre beter begrijpen.’

‘Ik wilde een boek schrijven waarbij je op de huid van de rappers zit’, zegt Disseldorp (24). Niet de muziek, maar de verschillende persoonlijkheden staan centraal. Zo geeft het een totaalbeeld van wat hiphop bekent. Tien rappers interviewde Disseldorp: Ali B, Typhoon, Fresku, Hef, Sticks, Ronnie Flex, Boef, Sevn Alias, Ares en Bokoesam. Opvallend genoeg ontbreekt Lil’ Kleine. Een artiest die Disseldorp nochtans waardeert, maar hij selecteerde de tien rappers naar wij hij zelf het meeste luistert en over wie hij de mooiste verhalen kan vertellen. Zo zit ook Ares erbij. ‘Ik vind hem een heel bijzondere rapper. Bovendien vind ik het interessant om verhalen te vertellen van iemand die nog niet is doorgebroken. Die spanning of hij nog gaat doorbreken of niet, dat vind ik mooi om weer te geven.’

‘Door mijn bewondering is het me gelukt om ook lastige vragen te stellen’

Voor de Nederlandse krant Het Parool interviewde Disseldorp al zowat alle relevante en mindere relevante binnenlandse rappers. ‘Vaak sprak ik ze een halfuurtje of één uur. Maar ik wilde veel meer van ze weten.’ Zo ontstond het idee om een boek te pennen. Daarvoor sprak Disseldorp rappers meerdere keren – soms in de wagen, aan de keukentafel of backstage in de kleedkamer – en kneedde hij een band met hen. ‘Op die manier raak je ook andere onderwerpen aan. Zo kon ik oprecht aan Ronnie Flex vragen: “Ben je gelukkig?”. Op een persdag lukt dat niet in interview van een halfuur, laat staan aan je eigen vrienden.’

Sticks wilde aan het boek graag meewerken, maar liet vooraf weten geen zin te hebben om over zijn verleden bij Opgezwolle te praten. ‘Maar omdat hij sprak over waar hij zin in had, is het uiteindelijk zelfs een heel verrassend gesprek geworden.’ Disseldorp kent de muziek van iedere geïnterviewde artiest dan ook tot in het detail. ‘Als jonge kerel waren hun teksten in de zoektocht naar het leven heel herkenbaar, ze werden onzichtbare vrienden voor mij’, onthult Disseldorp, die in zijn inleiding een deel van zichzelf blootgeeft. Met zijn verbondenheid won het vertrouwen van de rappers en ontstonden mooie verhalen. Maar de bewondering voor hun oeuvre stond zijn kritisch vermogen niet in de weg, meent Disseldorp. ‘Net vanuit die bewondering, en net niet uit sensatie, is het me gelukt om ook lastige vragen te stellen.’

‘Rappers doen dingen die anderen wel willen, maar niet durven’

Dat Disseldorp de rappers meerdere keren sprak is trouwens een meerwaarde voor het boek, want lezers zien hoe ze hun visie bijstellen. ‘Eerst zei Hef dat hij nog één album wilde maken, maar een jaar later zei hij gewoon door te willen gaan omdat het veel geld opbrengt.’ Door de verschillende gesprekken toonden de rappers zich ook opener. ‘De eerste keer toen ik Sevn Alias sprak, was zijn capuchon helemaal dicht geritst; hij nam een heel gesloten houding aan. Tijdens onze laatste ontmoeting was hij dan weer heel open en merkte je zijn evolutie als mens en rapper.’

‘Rappers doen dingen die anderen wel willen, maar niet durven’, antwoordt Disseldorp op de vraag waarom rappers zo interessant zijn om te interviewen. In andere genres is die directheid minder aanwezig. ‘Rappers zeggen heel eerlijk wat ze denken.Zo rapt Sticks op Great Minds: “Ik gaf haar hemel, ik gaf haar hel. Eigenlijk kun je zeggen, ik gaf haar alles van mezelf.” Dat vind ik zo mooi gezegd, want in twee zinnen voel je zijn subtiele directheid. Je weet niet wat die hemel en hel precies betekenen, maar je voelt het wel.’

Een ander voorbeeld is Ares, die in het boek toegeeft dat hij na zijn vertrek bij Top Notch beter niet meer naar zijn voormalige platenlabel had moeten natrappen in een van zijn nummers. ‘Ik vind het ergens wel romantisch om rappers in het openbaar te zien opgroeien als mens en artiest’, reageert Disseldorp.Hij wil niet gezegd hebben dat oudere rappers voorzichtiger worden in hun teksten, ‘maar dat jongere artiesten meer de drang voelen om zichzelf te bewijzen’.

‘Een theatermaker antwoordt bedachtzamer dan Hef die met mij in de auto langs Burger King rijdt’

Voor de krant interviewde Disseldorp ook veel schrijvers, cabaretiers en theatermakers, ‘maar rappers zijn oprechter’, meent hij. ‘Misschien ook omdat ze het minder gewend zijn om interviews te geven. Een theatermaker zal namelijk bedachtzamer antwoorden dan Hef die met mij in de auto langs Burger King rijdt.’ Dit voorbeeld is niet toevallig, want Disseldorp vond, wanneer we hem ernaar vragen, Hef de interessantste rapper om te interviewen. ‘Ik zou een politiek correct antwoord kunnen geven, maar dat doe ik juist niet, want hij rapt over het straatleven, bitches en drugs. Ik was dan ook zenuwachtig toen ik hem voor het eerst sprak, maar Hef was heel ontspannen en nam alle tijd voor me. Het klikte. (Hij kwam ook optreden op zijn boekvoorstelling/releaseparty, S.C.) Sommige rappers komen veel te laat of gewoon niet opdagen en antwoorden heel ongeïnteresseerd (dit geldt niet voor wie hij sprak voor het boek, S.C.), eigenlijk zou Hef daarom iedere rapper mediatraining moeten geven.’

Disseldorp vindt ook dat kranten meer aandacht aan hiphop mogen geven. ‘De interesse groeit wel, maar staat nog steeds niet in verhouding met het hoge aantal views van het genre op Youtube en streams op Spotify. Lijpe heeft gemiddeld 800 000 luisteraars per maand op Spotify, maar in de meeste grote kranten heeft hij nog nooit gestaan. Misschien wil hij het zelf niet, maar hij zou meer in de media moeten komen.’ Disseldorps boek is dan ook een bijdrage om hiphop in de journalistiek te promoten. ‘Hiphop had een boek nodig. Wie het leest, zal het genre beter begrijpen. Zo hoop ik ook dat mijn moeder door het boek artiesten als Hef of Fresku eens zal opzoeken. En dat ze zal zien dat Ronnie Flex meer doet dan rappen over drank en drugs.’

Foto: © Charlotte Odijk

over de auteur

Sander Carollo

LinkedInTwitter