Ares: “Mensen beginnen mijn muziek te accepteren”

Een jaar geleden gaf Ares aan FLUS een openhartig interview. Hij sloot er zijn “Road Trip”-periode mee af en maakte sindsdien nieuwe muziek. Na “New Wave” werkte de Nederlander aan een eigen, nieuwe sound zoals te horen op zijn recente ep “Beter Niet Dood”. Guitig getuigt hij met zijn crew aan de eettafel van nederigheid. “Ik hoef echt niet stoer te doen omdat ik muziek maak, zo zijn wij niet.”

Sinds Ares begin dit jaar zijn rijbewijs haalde, hangt hij soms in Antwerpen. We spreken hem voor zijn optreden in Leopoldsburg en Belgisch Limburg is hem ook niet onbekend. Tijdens de clipshoot van “James Dean” reed hij al door deze provincie. “Alles werd eigenlijk georganiseerd door Vlamingen, Frank Telli en zijn team, wij wisten van niets en stapten gewoon in de auto”, licht Ares toe. Nochtans zei de Brabander vorig jaar op FLUS dat hij liever zelf zijn clips regisseert. “Opeens viel Frank Telli ons op. We hebben vaak naar zijn videoclips gekeken. Gelukkig hebben we met hem kunnen samenwerken, het is echt een vette video geworden.”

 

Ares’ “Beter Niet Dood”-tour is al sinds maart bezig en Leopoldsburg was voorlopig de enige Belgische halte. “Telkens hebben we geprobeerd om de toegangsprijs zo laag mogelijk te houden. Veel shows waren ook gratis.” Ares is er opgelucht mee. “Eindelijk zijn de zalen vol en zijn de mensen volwassener en enthousiaster dan voorheen.”

 

“Beter Niet Dood” is gewoon meer in de aandacht gekomen en daarom zeggen mensen nu: “Je muziek is veranderd”

 

Heb je nieuwe fans gekregen?

Ik denk het wel. Een deel van de fans die we hadden is ook ouder geworden.

In tegenstelling tot de “Road Trip”-tour ben je nu meer in gedachten met wat je rapt.

We spelen nu af en toe nog oude tracks. Dat doen we omdat we weten dat het oké is, omdat we daar boven staan. We zijn die tijd voorbij en mensen weten dat ook van ons. Onze nieuwe nummers voelen op het podium ook nog aan als nieuw, dat gevoel heb ik nog nooit gemaakt.

Sommigen zeggen dat je muziek volwassener is geworden. Zie je dat als een compliment of als een belediging, in de zin dat je vroegere muziek dan kinderachtig was?

Ik vind het fijn dat mensen mijn muziek beginnen accepteren en me serieuzer nemen. Ik vind die opmerking wel raar, het is niet iets wat ik nooit heb gekund. “Beter Niet Dood” is gewoon meer in de aandacht gekomen en daarom zeggen mensen nu: “Je muziek is veranderd”.

Je hebt je eigen ding gedaan. Je bent ook niet gaan touren met “New Wave”.

Ik wist niet eens dat er een album gemaakt zou worden. Toen ik thuiskwam, hoorde ik twee weken later dat er een album kwam dat “New Wave” zou heten. Ik heb er aan meegedaan omdat ik muziek wilde maken. Ik had even niets meer gemaakt en zat wat vast. Door met andere mensen te werken kon ik juist weer aan de slag en dat is gelukt. Later werd ik gevraagd om mee te gaan optreden. Ik moest slechts acht zinnen rappen, ik sta twintig seconden op dat album. Al die shows doen, hoe groot ze ook mogen zijn, voor maar twintig seconden, dat wil jij jezelf niet aandoen.

Je hebt toch hard gewerkt op Schiermonnikoog. Vanwaar dan je beperkte rol op het album?

Ik heb daar veel muziek gemaakt, maar er is daar niets van op het album gekomen. Ik maak gewoon niet van die blije shit. Iedereen is aardig tegen mij en ik tegen hen, maar ik houd me afzijdig van zo’n muziek. Ik vind het niet zo fijn om met jongens die ik niet ken muziek te maken. Ik wilde ook niemands vibe opfokken. Hun muziek kreeg ik wel steeds te horen. Het was dope, maar niet mijn stijl. We hebben daar gewoon gechilld met de mensen die we wel kenden, het was wel leuk. We hebben ons op geen enkel moment afgevraagd of we er onze tijd aan het verdoen waren.

 

“Ik zeg niet letterlijk dat je anders dan de rest moet zijn, maar mensen voelen dat ik dat uitdraag”

 

“Beter Niet Dood” klinkt ietwat mysterieus. Iedereen maakt er een eigen verhaal van.

Dat is de bedoeling. De mensen die naar mijn show komen voelen zich geïnspireerd. Dankzij mij weten ze dat er niets raar is. Mensen kunnen tegen hen zeggen dat ze raar zijn, maar ze voelen zich niet zo. Al die mensen hebben die speciale vibe. Ik zeg niet letterlijk dat je anders dan de rest moet zijn, maar mensen voelen dat ik dat uitdraag.

Heb je in het rustige Oosterhout meer de vrijheid om jezelf te zijn?

Ik heb nooit die vrijheid gehad man, toen ik klein was. Toen ik begon te rappen lachte iedereen me uit. Ze vonden dat raar. En nu ben ik in Oosterhout wel ‘die gast’, weet je. Ik weet niet waar ze nu zijn, die mensen die me uitlachten. Volgens mij volgen ze nu hun vijfde opleiding in twee jaar of zo. Tegenwoordig kan ik in Oosterhout vrij doen wat ik wil. Dat heeft ons ook wel ontwikkeld. Van onze vrienden zijn Dennis en ik er iedere dag. Het is voor iedereen normaal dat wij er zijn, toch kijken ze wel een beetje naar ons op. Vroeger dachten ze: “Hé, jullie zijn rappers, sukkels. Wat doen jullie?”

Je zei eens dat er in Oosterhout niet veel te doen is en je het maximale moet halen uit wat je hebt. Nu is dat je muziek, wat was dat vroeger?

Voetballen, man. Ik voetbalde echt elke dag. Ik was twaalf toen ik voor het eerst een week lang muziek had gemaakt. Sindsdien wilde ik gewoon iedere dag muziek maken, fuck voetbal. Toen ik langzaamaan optredens kreeg, ging roken en drinken werd het niveau te hoog. Tot mijn veertiende heb ik gevoetbald. Ik heb toen in het voorseizoen drie trainingen gedaan en ben er dan mee gestopt.

 

Voor de clip van “DNA” schoot je beelden tijdens je bezoek aan een asielzoekerscentrum en deelde je er 162-truien uit. Was dat een statement?

Dennis en ik wilden dit doen toen de discussie over vluchtelingen in het nieuws kwam. Bij ons in de buurt wonen veel racistische mensen. Wij begrijpen dat niet. Ik denk dat door ons bezoek veel mensen er wel positiever zijn naar gaan kijken. Dat opvangcentrum was een oude gevangenis. Afschuwelijk: ze zitten daar gewoon met zijn tweeën in een gevangeniscel. Dat was heftig man. Ik snap niet waarom ik met hen moet gaan chillen en dat mensen daardoor pas hun beeld gaan bijstellen.

Je geeft ook soms les op de muziekschool. Hoe ben je als leraar?

Ik laat die kinderen gewoon rappen. Ik ga niet zeggen: maak een nummer over Afrika, waarom daar weinig water is. Ik zeg gewoon: schrijf een rap waarover je wilt, desnoods scheld je iedereen uit die je haat. Ze schrijven iets, ze treden op en iedereen is blij, want ze hebben hun angst overwonnen om op een podium te staan. Laatst waren er van die extra onzekere kinderen met een aandoening erbij, zij moesten huilen, maar hebben uiteindelijk allemaal op een podium gestaan. Twee jongens waren er de hele tijd anderen aan het uitlachen en zelf schreven ze slechts vier zinnen op papier: dat ze iemands moeder wilden neuken. Ik zei hen dat ik niet wist waarom ze iemand uitlachten die zestien zinnen rapt op een podium, terwijl zij niets eens op het podium zijn geweest. Uiteindelijk hadden de ‘sukkels’ die stoere jongens verslagen met rare raps. Zo hoort het man.

 

over de auteur

Sander Carollo

LinkedInTwitter