Ares: “Ik wil mensen inspireren”

De nu 19-jarige Rens Ottema kreeg als jonge snaak wel eens een pak slaag op school. Een blanke jongen die hiphop – ‘gangstermuziek’ – maakte, dat hoorde niet. De geesten begonnen te rijpen toen de camera’s van jeugdzender BNN afzakten naar zijn school voor “The Next MC”. Ares bereikte de finale en verbaasde nederig gekleed met harde lines en rake teksten. In oktober 2014 kwam zijn debuutalbum “Road Trip” uit. Een heftige emotieplaat. Met dit uitgebreid vraaggesprek sluit Ares dat hoofdstuk af.

“Dit wordt mijn laatste interview totdat er een nieuw project af is”, opent Ares ietwat onverwacht bij het begin van het gesprek. “Ik wil me even focussen op het maken van muziek. Veel interviews gaan namelijk niet meer over mijn muziek. “Die tijd dat ik moeilijke dingen moest zeggen”, hapert Ares, “wil ik even voorbij me laten gaan.” Hij tweet al even niet meer. “Ik wil de muziek laten praten. Ik wil doen wat ik hoor te doen in plaats van de popster uit te hangen.” Het klinkt wat zoals in zijn nummer “Pirouette”: “Hoef niet meer te praten nu ze weten wij doen het.” De Top Notch-mc zit dagelijkse in de studio, niet onlogisch, want de productieruimte bevindt zich in zijn slaapkamer. Hij vult zijn dagen vol. “Ik ben bezig met een nieuw eigen project. Ik produceer daarnaast voor onder andere Lijpe. Bovendien ben ik bezig met een R&B-zanger, Afriki. Ik wil ook voor D-Double en Broederliefde produceren.”

 

“Ik wil de muziek laten praten. Ik wil doen wat ik hoor te doen in plaats van de popster uit te hangen.”

 

Hij leeft rustig, maar wel op een ongezonde manier. Weinig slaap, veel tabak. Ares treedt ook niet vaak op. De Nederlander maakte een uitzondering voor Bruishaven #2, waar hij verschoot van zijn Belgische fans. De Brabander vindt België de leukste ‘provincie’ – als hij het zo mag noemen – om in te spelen. “De mensen hier zijn sympathiek”, vertelt Ares met veel klemtoon op het laatste, typisch Vlaamse woordje. “Ik ben zelfs een tijdje verliefd geweest op een meisje uit Gent. Ze wist het zelf niet: ik heb het helemaal verpest omdat ik toen nooit naar België wilde gaan.”

Je hebt ooit eens opgetreden in Antwerpen met een rapgroep in het voorprogramma van Zo Moeilijk en Boef en De gelogeerde aap. Een leuke ervaring in je jonge carrière?

Dat was echt mijn slechtste optreden ooit. Het leek een slechte rapversie van de Backstreet Boys. We maakten barslechte muziek. Mensen vonden het niet bepaald goed. We stonden voor lul en dat op ons eerste grote optreden. Die ervaring hebben we dan toch gehad. Als ik eraan terugdenk, kan ik er nog om lachen.

Welke Belgische artiesten vind je buiten Safi & Spreej nog goed?

Seba & Karma heb ik uitgenodigd op mijn releaseparty van “Road Trip” in Amsterdam. Ik had het voorprogramma gedaan voor het album van Froze, ook een dope kerel, in Gent. Daar waren zij ook. Ze rappen tof. Vooral Seba vind ik tekstueel heel sterk. Ik wou hen in Nederland zien. Dus dacht ik: laat ik daar zelf eens voor zorgen.

Op nieuwjaarsdag dropte je de track “Ik en Dennis”. Daar zat een zekere ondertoon in. Welk gevoel wou je precies meegeven?

Tijdens de “Road Trip”-tour zonderde ik mezelf soms af om nieuwe muziek te maken. In de vibe van de tour voelde ik een bepaalde drang om veel muziek te maken. We deden een tour op onszelf. “Fuck iedereen”, dat gevoel hadden we. Op “Ik en Dennis”, vind ik, heb ik mezelf op vlak van rappen al verder ontwikkeld in vergelijking met mijn album. Ik wou tonen dat ik nog steeds kon spitten, ondanks dat mensen denken dat ik alleen maar popmuziek heb gemaakt voor mijn album. Er waren een paar dingen die even van me af moesten. Ik en Dennis doen ook alles samen. Hij produceert samen met mij de muziek. Eigenlijk zijn we ook de movement.

Begrijp je dat de mensen je arrogant kunnen vinden op dat nummer?

Ja. Dat is ook de bedoeling. Ik wilde wat meer van me afbijten. Ik heb veel van mezelf blootgegeven. Ik maakte ook afleveringen op Youtube (Onder de noemer “Young Boys FC”, nvdr.) over de avonturen met mijn vrienden. Dat was in een periode waarin ik grappiger en naïever was. Dat is ook een deel van me. Die bullshit is nu afgelopen. Nu wil ik weer laten zien dat ik nog muziek kan maken.

 

“Voor mijn muziek is weinig animo.”

 

Het concept achter “Road Trip” klopte als een (toer)bus. De muziek droeg de sfeer van het reizen naar Parijs, er verblijven en voldaan terug thuiskomen. In werkelijkheid verliep het niet zo strak. Omdat je nog school liep, heb je de lichtstad een vijftal keer in korte periodes bezocht. Behalve “Sgt. Peppers Insomnius Young Boys Band” en “Schoolfoto’s” heb je er wel aan alle albumnummers gewerkt. Het hele proces duurde drie jaar. Met welk gevoel sta je dan op het podium tijdens je tour?

Toen het album uitkwam, stond ik tekstueel veel verder. Wat ik tijdens die shows op het podium rapte, was niet precies wat ik op dat moment voelde. Het toonde mijn emoties van toen ik jonger was. We hadden wat schrik dat die combinatie niet zou passen. Uiteindelijk deden we niet moeilijk: we moesten namelijk de liedjes performen voor de mensen die juist voor deze tracks komen. Eén à twee shows waren uitverkocht. We verkopen niet zoveel tickets en daarom vind ik het zo bijzonder dat we een tour hebben gedaan: voor mijn muziek is weinig animo. Namens mijn team kan ik wel zeggen dat we enorm genoten hebben van de fans die er waren. Hoe ze mij begrepen, zeg maar. Dat merk je enorm, op zo’n momenten kom je nauw in contact met je fans. Aan de ene kant heb je het gevoel dat ze iemand begrijpen die ik drie jaar geleden was. Aan de andere kant zijn ze er wel speciaal voor mij en die combinatie is heel bijzonder. Verder was het gewoon party en bullshit. Na de show hebben we veel domme dingen meegemaakt. Wat dat betreft heb ik de tijd van mijn leven gehad.

Welke verhalen kreeg je zoal te horen van je fans?

Weet je wat het is? Ik ben een doodnormale gast. Net zoals iedereen die in zijn slaapkamer rapt met een microfoontje. “Ik rap zelf ook”, vertelden veel mensen me die na de show naar me toe kwamen. Die jongens staan op mijn teksten mee te rappen en begrijpen precies wat ik zeg. Zij maken exact hetzelfde mee als mij, alleen sta ik al op een podium. Zij kijken naar me en denken: dit is de shit. Ik probeer ze daarom te inspireren. Ik vind het fijn als ik zie dat dat lukt.

Je bent een heel eerlijke rapper.

Ja, precies. De basis voor mij is: mensen inspireren. Ik denk dat je mensen het beste kunt inspireren als je ze het eerlijkste product geeft. Natuurlijk doe ik rare dingen, weet je. Ik doe dingen die mensen niet begrijpen… Maar over alles is op een bepaalde manier nagedacht opdat het niet nep zou zijn.

Heb je nooit een moment gehad waarop je stoer en nep deed?

Ja, sowieso toen ik begon. Ik kwam uit een buurt waar jongens om me heen bezig waren met allerlei domme shit zoals drugs dealen. Ik kon dat niet, ik durfde dat niet. Wel kon ik er stoer over rappen. Dat was vroeger mijn ding.

Je debuutep “Dichterbij” klonk nochtans vrij serieus.

Ja, precies. Dat was het eerste project dat ik uitbracht voor de grote wereld.

Hoe komt dat de toon zo veranderd is?

Dat vragen veel mensen. “Dichterbij” is uit een lange periode ontstaan. Mijn leeftijd speelde zeker een rol. Toen ik dat maakte, was ik veertien jaar. Je moet beseffen dat ik sommige tracks op “Road Trip” zoals “Sgt. Peppers” gemaakt heb op mijn zeventiende. Van een twintigjarige rapper zal je veel minder verandering zien in vergelijking met zijn vierentwintigste. Dat verschil is groter bij de evolutie van je veertiende naar je zeventiende. Ik ben vanaf mijn veertiende, mede door het rappen, zo veel veranderd. Bovendien zat ik tijdens “Dichterbij” in een enorme underdogpositie. Niemand kende me en ik voelde mij niet geaccepteerd. Ik had het gevoel wat veel jongeren hebben: waarom anderen wel en ik niet? Toen ik aanvaard werd, verdween dat gevoel. Ik hoefde toen niet meer al die clichés op te sommen, dat de game nep is en zo. Ik kan beter iets vertellen waar de mensen iets aan hebben, dacht ik toen. Hoe ik echt ben.

Je had als jong gastje wel het talent, de eerlijkheid en het lef om die ep, “Dichterbij”, al uit te brengen.

Ja, dat klopt… Ik had het gevoel dat het moest. Helaas heeft zowel de release van “Dichterbij” als “Road Trip” lang geduurd. Beiden moesten op een gegeven moment gewoon de wereld in. Ik moest mijn hoofd kunnen vrijmaken om weer nieuwe dingen te kunnen doen en mezelf te kunnen ontwikkelen.

“Zelf een clip maken is het mooiste in de wereld”, zei je eens op Twitter.

Dat geldt nog steeds. De clip van “Sgt Peppers Insomnius Young Boys Band” heb ik zelf geregisseerd. Vroeger deed ik dat ook: toen ik begon met rappen had ik geen geld voor een regisseur. De andere singles op “Road Trip” had ik niet zelf geregisseerd. Toen ik “Sgt Peppers Insomnius Young Boys Band” mocht doen, ontdekte ik opnieuw het mooie aan een clip regisseren. Ook al zijn je clips minder mooi, je staat gewoon met vrienden te rappen, je laat zien wat je in gedachten had bij je muziek. Tot op de laatste pixel kan je het zelf bepalen. Ik vind het leuk dat er coole clipmakers zijn en ze mogen voor mij filmen, maar ik ga vanaf nu wel al mijn clips zelf regisseren.

Heeft Top Notch daar niets in te zeggen?

Daar heb ik het nog niet over gehad. We overleggen niet zo vaak. Ze zullen mijn keuze maar moeten accepteren. Ik ga echt niemand anders meer mijn clip laten regisseren.

 

“Zelf een clip maken is het mooiste in de wereld.”

 

“Sgt Peppers Insomnius Young Boys Band” wekt in mijn ogen het gevoel op van iemand die net zijn Havo-opleiding heeft afgemaakt, verlost is van de schoolstructuur en vrijheid voelt.

Die track dateert uit een iets latere periode. Het is simpelweg een anthem over mij en mijn vrienden. In de zomer chillen we veel vaker dan in de winter. Van de vriendengroep was ik de enige die sigaretten rookte, opeens deed iedereen dat. Ik was drie dagen wakker door het maken van muziek, ineens gold dat voor de anderen ook. Dat stimuleerde me om dat nummer te maken.

Wat vond je van de YouTube-reacties? “Hij stelt zich nogal aan met zijn sigaret en zijn lange baard”, viel meermaals te lezen.

Ik begrijp dat mensen dat zeggen, want het is in drie minuten nogal uitvergroot. Daarnaast zou je bij ons eens in de zomer moeten langskomen in Oosterhout. We hangen de hele dag met sigaretten aan onze lippen.

Je single “Meisje” veroorzaakte in Nederland wat ophef. Op een popdeuntje verwoord je dat meisjes op sociale media zichzelf moeten blijven, respect moeten tonen voor hun lichaam en geen bloot hoeven te laten zien. Welke reacties kreeg je zoal van meisjes?

Dat ze het leuk vinden. Echt, ik heb zelfs een paar bitches geneukt omdat ze het nummer leuk vonden.

Jongens zouden toch geilen op bloot? Waarom geef jij dan net die boodschap?

Ik wou net zoals in mijn andere liedjes mensen inspireren. In dit geval op een heel erg platte manier natuurlijk. Het is gewoon, laten we zeggen, een kutnummer. Ik nam het ook niet zo serieus, weet je. Het was eerder op een nederige wijze grappig bedoeld.

Bij het luisteren valt allereerst de grappige toon van het deuntje op, daarna pas de serieuze inhoud.

Ik heb de tekst ook uitvergroot om het nummer leuk te laten klinken. Ik bedoel het allemaal niet zo letterlijk. Dat is vaak bij hiphop. Teksten van rappers worden meestal door veel muziekjournalisten niet begrepen, zeker niet in Nederland. (Ares kreeg van muziekjournalist Job de Wit het verwijt dat hij een vrouwenhater zou zijn, nvdr.) Dan krijg je zulke gasten die daarover gaan zeuren…

 

“Met D-Double wil ik knallers maken. Machinegeweren in mp3-formaat. Ik wil mijn producetalent tonen.”

 

Bij je eerste 101barz-sessie vermeldde je D-Double, met wie je in de finale zat van “The Next MC”. Je mag hem wel. Hoe is jullie band?

D-Double is echt mijn broer eigenlijk. Ik heb laatst nog met hem gechilld, ook op Schiermonnikoog. Ik heb helaas niet met hem kunnen samenwerken. Andere rappers gijzelden me letterlijk in de studio, “Ares, je moet beats maken man.” Ik was er heel druk bezig. Mensen denken dat die “The Next MC”-wedstrijd voor onderlinge concurrentie zorgde. Helemaal niet. Na “The Next MC” hebben we nog upgehookt toen ik in Vlissingen (Waar D-Double woont, nvdr.) was. Ik ben nu ook van plan om voor hem producties te maken. Ik vind hem een van de tofste rappers van Nederland, daarom wil ik met hem muziek maken. Hij zegt me ook: “Het is niet per se mijn ding wat je doet, maar ik accepteer het.” Dat is wederzijds.

Fijn om te horen dat je voor hem gaat producen. Voor jouw leeftijd ben je echt wel een goede producer.

Met D-Double wil ik knallers maken. Machinegeweren in mp3-formaat. Ik wil mijn producetalent tonen.

Welke rol speelt je rechterhand Dennis in het productieproces? Is hij de kracht achter het producewerk?

Om daar eerlijk over te zijn: dit is de eerste keer dat iemand mij het vraagt. Dennis leert nu pas producen. Op het album deed hij eerder de kleine dingen, zoals de drums. Kleine aanpassingen. Hij is vooral de gast die me instructies geeft, een coördinatorrol op zich neemt. Tegenwoordig experimenteert Dennis voorzichtig met beats in zijn eigen studio. Hij heeft heel andere ideeën en ik wil wel eens zien hoe dat klinkt.

In een video-interview met de collega’s van Puna zei je eens: “Enkel punchlines rappen begint te vervelen.” Hoe ben je daar eigenlijk bij gekomen?

Sommige rappers zeggen lines als: “Geen Casio, maar op mij kan je rekenen”, of: “Ik ben zo ziek, de dokter kan me niet helpen.” Zelfs in 2015 komen gasten nog met die bars. In Noord-Brabant groeide ik op in dat sfeertje. Ik ben buiten Oosterhout met mensen muziek beginnen maken. Toen ik mij ben gaan keren tot mijn vrienden in Oosterhout, bracht ik pas echt andere muziek. Wij zijn eigenlijk het Amsterdam van Brabant in Oosterhout. Wij luisteren net hetzelfde als daar. Toen ik samenwerkte met mensen uit Breda was het eerder boombappen. Dat was niet mijn ding, ik voelde me er ook nooit in thuis. Daarom ben ik blij dat ik nu meer vrijheid heb gevonden in Oosterhout zelf.

Wat vinden je ouders van je muziek?

Ze vinden mijn laatste album best goed. Ik heb steeds betere kritiek gekregen. Mijn vader vindt mijn oudste werk nochtans het beste. Mijn moeder voelt de muziek die ik nu aan het maken ben in de studio.

Op “Road Trip” staan vrij veel liedjes over de liefde.

Inderdaad en best wel op een tragische manier. Roadtrip was een periode waarin ik alles leerde ontdekken. Op een of andere manier had ik ook behoefte aan een vaste relatie. Ik heb toen een relatie gehad met een chick, waarmee het achteraf is uitgegaan. Dat is echt fucked up shit geweest. Vlak daarna vertrok ik naar Parijs om voor de eerste keer “Road Trip” op te nemen. Toen heb ik nummers gemaakt zoals “Rozenperk”. Ondanks dat we in Parijs waren, kon ik over niets anders schrijven en maakten we droevigere tracks zoals “Insomnia”. Het moest van me af. Eens terug thuis, stond mijn mind op “100.000 Plekken”.

Uiteindelijk leidde die droevige periode tot zeer sterke nummers.

Ja, maar als ik ze nu luister…. Ik heb die tracks echt wel in een down-periode gemaakt. Nu voel ik me vrij stabiel en verschiet ik ervan als ik erop terug kijk. Ik was echt wel heftig aan het gaan. Dat is ook de bedoeling van mijn muziek: als ik er zelf naar luister, dat ik dan kan denken: zo was ik in die periode. Het doet me denken aan mijn leven.

Je hebt er inderdaad geen problemen mee om jezelf bloot te geven en er achteraf op terug te blikken in plaats van je achter een stoere façade te verbergen.

Ja… klopt wel. Weet je wat het is? Ik kan mezelf dwingen om een bepaald beeld van mezelf te schetsen. Maar ik weet nog niet precies wat ik wil, snap je? Ik kan me anders voordoen, maar dan lieg ik uiteindelijk al die tijd tegen mezelf. Ik wil dat mensen zien dat ik fouten maak. Dat is de eerlijkste ontwikkeling. Uiteindelijk kunnen mensen dan nooit zeggen: Ares heeft al die tijd tegen ons gelogen.

Ik kan me inbeelden dat jouw optredens een heel divers publiek lokken.

Dat is zo. Er zijn gewoon kinderen van acht jaar naar mijn tour geweest. Daarnaast zijn er zelfs veertigjaren die gewoon letterlijk al mijn teksten meezongen. Het is zo raar. Het grootste merendeel bestaat uit jongens die net twee, drie jaar jonger zijn dan mij.

Je rapte meermaals dat je fans uit twee kampen bestaan. Het ene deel houdt van je popmuziek, het andere van je underground hiphop zoals op Zonamo. Zijn beide delen intussen elkaars tegenpolen gaan waarderen?

Dat was de bedoeling met “Road Trip”. Dat is toch wel wat gelukt. Nu is mijn melige kant er op een af andere manier wat af. Nog steeds heb ik er plezier in, maar op een andere manier. Ik wil het nu toch wat achter me laten.

In november-december heb je voor de klas gestaan. Op een nogal eigenzinnige educatieve manier. Vertel eens wat over die ervaring.

Ter promotie voor mijn tour werd ik benaderd voor een optreden op scholen omdat ik veel publiek heb uit het middelbaar. Ik vond dat niemand zat te wachten op een optreden van me. Ik wou ze liever inspireren. Ze moeten geboeid zijn door me om wie ik ben, niet omdat ik daar kom optreden. Het is best wel een persoonlijke show, weet je. In plaats van rapworkshops over de waternood in Afrika, verdeelde ik de klas in twee groepen om elkaar te dissen. Ik liet ze schrijven wat erin hen opkwam. Ze schreven de verschrikkelijkste dingen. Toch is het de beste manier: schrijven over wat erin je opkomt in plaats van over iets waar je nog nooit over hebt nagedacht. Die jongens kregen er plezier in. Daarom kwamen ze ook naar mijn optredens: ze vonden Ares een gekke gast, hij laat ons gewoon onze docenten uitschelden.

 

“Op plaatsen zoals in Venlo zie je dat mensen zeer weinig weten van hiphop. Toen ik daar op school een workshop gaf, dachten ze dat er een crimineel zou komen met een pistool en twee naakte vrouwen.”

 

Een artiest die puur muzikaal denkt, wil gewoon optreden. Jij wou voor de klas staan.

Ja, dat is het gewoon. Ik ben zelf pas twee jaar af van mijn middelbare school. Ik heb het idee dat ik die gastjes op een of andere manier beter begrijp dan oudere rappers. Ze moeten ook wat plezier hebben. Zeker op plaatsen zoals in Venlo, in Nederlands Limburg, zie je dat mensen zeer weinig weten van hiphop. Toen ik daar op school een workshop gaf, dachten ze dat er een crimineel zou komen met een pistool en twee naakte vrouwen. En dan kom ik daar keurig aan in mijn overhemd. Dan zie je ze verbaasd kijken en zegt de docent: “Nou, ik had eigenlijk verwacht dat er een jongen kwam met kettingen rond zijn nek en van die gouden tanden in zijn mond.” Ik zeg dan dat ik gewoon Ares ben. “Ik rap. Iedereen kan dat. Dat moet jij je leerlingen ook laten zien.”

Wat is je lievelingsnummer van alle tracks die je tot nu toe uitbracht?

Hm… Ik denk toch “Insomnia”. Het is tekstueel echt sterk en die beat… Ik heb die in zo’n absolute trip van mijn leven gemaakt. Ik heb die op vier verschillende plaatsen gemaakt: op school, in Parijs, in mijn slaapkamer en bij een studentenkamer van een mattie. Die beat sleepte ik lang met me mee. Uiteindelijk was dat ook de sleur die ik de hele tijd met me meedroeg. Ik vind “Insomnia” mooie muziek. Qua beats heb ik de lat er voor mij heel hoog gelegd.

Mijn favoriete track is “God in Frankrijk”.

Dat vinden veel mensen hoor. Het is ook echt een van de tofste tunes die ik heb gemaakt.

Grappig, want hij is niet uitgebracht wegens een claim. Hoe heb je die sample uit “In The Fall” van Future Islands die uiteindelijk officieel niet gebruikt mocht worden, gevonden?

Ik ben gewoon raar. Ik luister, denk ik, veertig albums per week van alles wat je maar wilt horen.

En dan haal je net daar dat geluidje uit?

Ja, ik ben altijd op zoek. Dat gaat van Japanse soundtracks tot inderdaad zulke soort muziek. Ik klik gewoon letterlijk alles aan.

 

“In Parijs is het mooi, maar ik denk dat het mooier is om eerst om je heen te kijken voordat je ergens anders heengaat.”

 

Je woont thuis bij je ouders en maakt muziek in je kamer. Je droomt dan wel muzikaal, maar heb je ook geen nood om je te verruimen op vlak van huisvesting?

Het antwoord is eigenlijk dat ik thuis nog niet weg wil. Ik laat me voor de eerste keer echt inspireren door wat er om me heen gebeurd. Dat is heel veel en ik heb daar lang nog niet alles over verteld. In Parijs is het mooi, maar ik denk dat het mooier is om eerst om je heen te kijken voordat je ergens anders heengaat.

Je hoeft nu niet meer naar Parijs te gaan om muziek te maken.

Uiteindelijk wil ik ooit verhuizen naar een grote stad. Tot die tijd voel ik me veiliger in Oosterhout. Ik maak er betere muziek en mijn mensen zijn daar. In Oosterhout ben ik op Extince na de tweede beste rapper. We lopen allebei op straat en mensen houden van ons. Ze gaan er niet mijn leven zuur maken. Ik voel me er veilig. Dat heb ik even nodig.

Eerder zei je dat Oosterhout te kleindenkend is en niet openstaat voor jouw soort muziek. Is dat veranderd?

Nou, de plaatsen waar ik het toen over had, daarmee bedoelde ik eerder mijn middelbare school en een paar dorpen verderop. In Oosterhout zelf ben ik de laatste tijd veel meer met mensen aan het praten, aan het netwerken. Er is een bepaalde wijk waar ik vroeger altijd kwam en daar zitten nog steeds de mensen die me het meest kunnen inspireren. Daar kan ik nu muziek over maken.

Voor “Road Trip” maakte je maar liefst 113 nummers. Daaruit selecteerde je er uiteindelijk 17. Ik kan me niet inbeelden dat de niet gekozen nummer slechte tracks waren.

Ze waren best wel dope, maar kaderden niet in het verhaal. Heel veel nummers dienden ook om me even uit te laten. Ik probeer zowat elke dag een nummer te maken.

Dus die nummers hebben je geholpen om andere, betere nummers te maken?

Ja, daarvoor dienden ze ook. Soms haal je daar iets uit of leer je iets om het de volgende keer beter toe te passen. Als je denkt dat elk nummer dat je maakt een schot in de roos is, dan kom je er niet.

Op “Road Trip” werkte je samen met Gers Pardoel en Twan, Big 2 van The Opposites, je jeugdidool. Hoe heb je hen kunnen aantrekken? Je had nog niets bewezen, het was je debuutplaat.

Ik denk dat, buiten dat ik het zelf heel graag wilde, het voor hen ook goed was om toen met mij te werken. In die periode van hun leven hadden ze allebei hun album af. Ik zit nu ook in die fase. Dan is het goed om met anderen samen te werken en nieuwe invloeden te krijgen. Ik was wellicht een van die jongens die hen een frisse kijk bezorgde. Ik wil niet overdrijven, maar het was voor hen dus ook best leuk om met mij samen te werken, denk ik. Top Notch legde de link. Van Twan ben ik altijd al fan geweest en van Gers heb ik veel geleerd. Ik zag hoe sick hij is als muzikant. Hij weet wat hij wil. Dat was voor mij een eyeopener om nog beter te doen.

Er zijn gelijkenissen met Twan en jou: blank, eerlijk en opgegroeid in een boerengat.

Twan lijkt net door dezelfde fase te zijn gegaan als ik vroeger. Wij maken ook dezelfde grappen. Het was fijn om mijn humor ook bij hem te zien, het is dus niet raar dat ik zo ben.

Voor ieder optreden luister je naar Nelly Furtado. Hoe ben je bij dat ritueel gekomen?

Toen ik heel jong was, leerde ik tijdens het EK voetbal 2004 het themanummer “Força” van haar kennen. Ik geraakte meteen verliefd op haar stem. Toen haar project met Timbaland uitkwam, pikte ik haar terug op. Het werd mijn droom om ooit, als ik de kans zou krijgen, ook zulke muziek te maken. Of mij in ieder geval te laten inspireren op het moment dat ik het begreep. Maar ik begreep het toen helemaal niet, ik maakte gewoon hiphop. Ik wilde Eminem zijn. De afgelopen tijd heb ik aan mijn boys wel laten zien hoe geniaal ze is. Haar structuur van nummers maken… Het is niet voor niets dat ze zoveel nummer één hits haalde. Ze maakt ook eerlijke muziek, het is een beetje onze way of life geworden. Aan iedereen die met me mee op tour is geweest heb ik haar leren luisteren. We mediteerden telkens op “Try” van Nelly Furtado. Het had helemaal niets te maken met onze show. En dan gingen we het podium op… Dat rustig liedje contrasteerde fors met “Avant Garde”, ons opkomstnummer.

 

“Meer dan van hiphop, houd ik van R&B.”

 

Ze maakt zowel ‘wereldmuziek’ als R&B. Wat verkies je?

R&B, sowieso. Meer dan van hiphop, houd ik van R&B. Heel kut om te zeggen voor een hiphopwebsite. Ik luister veel R&B-muziek. Het is de way of life in Oosterhout.

Ik dacht vooral dat alternatieve en Dj Tiësto-muziek populair was in boerendorpen.

Euh, dat is zo. Maar bij ons niet. In Oosterhout zijn wij de jeugd, weet je. Wat wij doen, doen zij daar ook. Het klinkt stoer, maar het is zo.

Je verbleef op het Nederlandse eiland Schiermonnikoog voor het New Wave-project. Normaal werk je rustig in je slaapkamer en neem je tijd voor jouw projecten. Op dat eiland zat je samen met een heleboel rappers en moest je op korte tijd een product afleveren. Kan je zo werken?

Het lukte me wel, maar ik vind het heel moeilijk om me aan te passen aan rappers met andere muziekstijlen. Om het kortaf te zeggen: er waren ook artiesten wiens muziek ik niet graag hoor. Daar ga ik dan niet aan meewerken. Ik waardeer dat ze het doen, maar begin er zelf niet aan. Ik ben tegenwoordig meer R&B aan het maken en de lijn van “Sgt. Peppers Insomnius Young Boys Band” aan het doortrekken. Tegelijk produceer ik ook volwassenere popmuziek.

Ik moet mezelf ontwikkelen en mijn gedachten projecteren in plaats van liedjes maken om gedraaid te kunnen worden op de radio, daar ben ik klaar mee. Ik ben daar dom in geweest, dat hoort erbij als je jong bent. “Meisje” en “100.000 Plekken” zijn niet op de radio gekomen. Allebei werden ze slecht ontvangen. Dat komt deels omdat ik het gevoel had dat ik liedjes voor de radio moest maken. Het zijn teksten die recht uit mijn hart komen, maar ze hadden een andere sound kunnen hebben. Oorspronkelijk had ik op “100.000 Plekken” enkel een orgel en strijkers geplaatst. Ik heb er drums toegevoegd, het werd sneller en kreeg meer swing.

 

over de auteur

Sander Carollo

LinkedInTwitter