Tiewai: “Teksten schrijven is voor mij een therapie”

Tiewai hervat het leven met een propere lei: “TΛBVLΛRΛSΛ” (tabula rasa is Latijns voor ‘onbeschreven blad’). FLUS ging in Genk op zoek naar zijn ziel.

Thierry Adriano Verjans: de tweede voornaam knipoogt naar zijn Italiaanse roots. Al voelt hij niet de behoefte om de typische Italiaan uit te hangen. “In Genk zijn we allemaal modderbloedjes, zal ik maar zeggen”, vindt Tiewai. (Iets meer dan de helft van de Genkenaren is allochtoon, nvdr.) “Mijn vader komt uit Limburg, ik heb een Poolse grootmoeder en een Italiaanse grootvader; mijn moeder is dus Italiaans en Pools… Ik heb eigenlijk nooit het gevoel dat ik echt iets ben: Italiaan of Belg of zo.” Tiewai voelt zich het meest verwant met zijn wijk, waar het bruist van het leven, in tegenstelling tot Genk-centrum, de plaats waar het interview doorgaat en waar Tiewai recent nog zijn ep “TΛBVLΛRΛSΛ” voorstelde, in een vol Rondpunt 26, het jeugdcentrum van de Noord-Limburgse stad.

 

“Tekstueel ben ik gegroeid, nu wil ik voor iedereen relevant zijn.”

 

Vlak voor die release kwam hij terug van zijn verre reis in Azië, waarover later meer. Hij heeft er althans niet stilgezeten, op reis is hij productief. “Op ‘TΛBVLΛRΛSΛ’ staan twee tracks die ik schreef in Italië, één in Nederland, eentje hier, één in Frankrijk,… Zo werk ik het beste. In eigen land vlot het schrijven nogal moeilijk. Ook in Azië schreef ik teksten. Ik heb nu al een half album klaarliggen, we werken er heel hard aan.” Achter zijn ontspannen houding schuilt ambitie, gedrevenheid en creativiteit. Dat laatste zie je aan zijn artwork. “De vogel op de cover van ‘TΛBVLΛRΛSΛ’ staat symbool voor vrijheid. We proberen de lijn van het artwork van ‘Ilawo‘ wat door te trekken.” Op muzikaal vlak is hij dan weer niet vies van funk en soul, qua performance denkt hij ten slotte aan een nieuwe vorm van liveshows.

Op zijn zesentwintigste maakt hij zeker nog vooruitgang als artiest. “Tekstueel ben ik gegroeid, nu wil ik voor iedereen relevant zijn. Ik ben ook ouder geworden, heb veel dingen meegemaakt die impact op me hadden… Persoonlijke zaken die je wel terughoort als je mijn muziek goed beluistert. Wat ik doe, teksten schrijven, is voor mij een therapie.” Hiermee doelt hij vooral op “Ilawo”, waarin hij subtiel zijn problemen uit.

flus-tiewai

Ilawo: het klinkt ietwat mysterieus, wat schuilt erachter?

“Een aantal jaren gelden hoorde ik op een beat van Losco een sample met het woordje ilawo. Ik vond het cool klinken en ben elke letter een betekenis gaan geven: innerlijk lichaam anders weten wat we doen en ontsnappen van alles. Ik had veel problemen in die periode. Met ‘Ilawo’ creëerde ik mijn eigen wereldje.”

 

“Ik ben maar een heel gewone jongen, ik heb altijd in de fabriek gewerkt en muziek als mijn hobby gehad. En nu opeens al die erkenning… Dat kan ik nog altijd niet geloven. Laatst speelden we met Eigen Makelij in de grote zaal van de Trix. Bomvol. Die liefde die we toen kregen, dat had ik echt nooit verwacht.”

 

Hoe ben je eigenlijk begonnen met hiphop?

“Rond mijn veertiende ben ik met een paar vrienden op de zolder beginnen rappen. Er waren enkele hiphopgroepjes in Genk en mc’s zoals Don Luca, Alberto van Onze Zaak en wij vonden dat geweldig. In de wijk luisterden we naar rappers zoals 2Pac en Bone Thugs-N-Harmony. Ik ben de enige van mijn vrienden indertijd die is doorgegaan met rappen. Buiten muziek had ik niets. Ik ging nog wel op stap, maar ik stopte met voetballen en skaten. Eigenlijk zoals nu. Ik ga werken, ik heb mijn vriendin en ik maak muziek. Hobby’s heb ik niet. Hoewel, sinds kort ben ik beginnen lopen. Ik doe mijn shows alleen en als je drie kwartier lang op een podium moet staan, zonder back-up mc, moet je dat fysiek aankunnen.”

Je bent al een goede twee jaar bij Eigen Makelij. Samen met de andere nieuwelingen Safi en Spreej werd je toen voorgesteld in de videoclip van “Nieuwe Orde“. Je hebt inmiddels een heuse carrièresprong gemaakt. Wat betekent Eigen Makelij voor jou?

“In mijn periode voor EM maakte ik met Ricca een mixtape en zat ik in Ganz Geflipt. In 2008 bracht ik ‘independent’ een eigen album uit, maar dat is niet verder geraakt dan Genk. Toen Eigen Makelij me belde, ben ik beginnen denken dat ik effectief wel iets in mijn mars heb. Na de interesse van EM ben ik uit mezelf fatsoenlijk ermee begonnen: Ik was op dat moment al tien jaar bezig met muziek, maar nooit professioneel genoeg. Ik ben gestopt met werken om mijn album af te kunnen maken, zodat ik elke dag ermee bezig kon zijn. Zonder Eigen Makelij was ik nu niet bezig met wat ik doe. Mijn eerste album dateert van in de periode dat Tim Dalle (hij was de medeoprichter en leidde het label, nvdr.) Eigen Makelij verliet. Toen hebben alle leden van EM het album moeten vormgeven. Daarom was ik zonder hen er nu niet: zij hebben mij met alles geholpen. Veel vergaderingen over echt van alles, veel zitten zoeken… Daarna gingen we een samenwerking met SuperSpectacular aan, het management en boekingskantoor van Eigen Makelij.”

“Begin vorig jaar stelde ik ‘Ilawo’, mijn eerste Eigen-Makelijproduct, voor in Ginsert in Genk. Wat een overrompeling. Geen idee hoe dat kwam. Ik ben maar een heel gewone jongen, ik heb altijd in de fabriek gewerkt en muziek als mijn hobby gehad. En nu opeens al die erkenning… Dat kan ik nog altijd niet geloven. Laatst speelden we met Eigen Makelij in de grote zaal van de Trix. Bomvol. Die liefde die we toen kregen, dat had ik echt nooit verwacht.”

flus-tiewai-2

Wat was je topmoment?

“Toen ik twee jaar geleden op Laundry Day optrad met Eigen Makelij, voor vijfduizend mensen, voor mij persoonlijk was dat een moment waarop ik mijn eigen heb kunnen bewijzen. Een doorbraak, we got this. Vorig jaar stond ik ook in de AB en in de Vooruit in het voorprogramma van Apollo Brown. Die erkenning, dat je als kleine garnaal in zulke grote zalen mag spelen, is echt wel fijn. Later wil ik daar staan als hoofdact, daar doe ik het voor. Ik wil er mijn beroep van kunnen maken. Meer mensen beginnen naar mijn muziek te luisteren. Jong en oud, ook buiten Genk, luisteren naar mijn nummers. Heel fijn. Ik denk wel dat mijn muziek bepaalde groepen kan raken. Het mooiste voorbeeld daarvan is dat een Genkse metalband mijn nummer “Kleine G“, had gebruikt als intro voor hun show.”

Jouw nummer op de ep “Panter“, “Major” met Adje, geldt zowat als je doorbraak en zo geraakte je in de playlist van MNM. Hoe ben je tot een samenwerking gekomen met Adje?

“Safi & Spreej werkten eerder al samen met Hef en Crooks. Zelf vind ik Adje een heel harde rapper waarmee ik een nummer wou opnemen; via mijn manager zijn we samen de studio kunnen ingaan. Als je elkaar goed aanvult en de muziek is goed, is een samenwerking met Nederlandse artiesten best mogelijk. Voor mij is de grens tussen België en Nederland inmiddels weggevallen. Safi & Spreej, TouristDiamantairs: zij bewijzen dat het mogelijk is om in Nederland te scoren. Binnenkort treed ik waarschijnlijk ook in Tilburg op.”


Net toen “Major” vaak gedraaid werk, vertrok je op reis. Een slechte timing?

“Ja, maar mijn reis stond al lang vast. Net op het moment dat ik ging vertrekken, is de single in rotatie geraakt. Heel toevallig, maar een reis van drie maanden ging ik niet zomaar afzeggen…”

 

“Als ik op reis vertrek, is het ook wat om te soul searchen. Ik ben 26: wat wil ik nog allemaal doen in mijn leven? Mijn muziek zal ook niet voor altijd meegaan.”

 

Je maakte een verre trip naar Azië, wat deed je daar?

“Ik ging er mijn vriendin bezoeken, ze studeert er een jaar in China. Ze heeft een beurs gekregen en volgt er sinologie. We zijn twee maanden in Shanghai geweest en nadien trokken we een maand rond met de rugzak in Thailand en Cambodja. Ik had die reis nodig. Ik heb anderhalf jaar heel hard gewerkt. Zowel fysiek werk – veel rappers werken niet – als aan mijn muziek. Het werd allemaal een beetje veel.”

“Ik heb trouwens een voorliefde voor Azië, al van voor ik met mijn vriendin samen was. China, India, Cambodja, Thailand… Zalige landen, met lekker eten en een heel fijne cultuur. Ik voel me echt heel goed daar. Die reizen naar daar hebben toch een zekere impact op mij gehad. Als ik op reis vertrek, is het ook wat om te soulsearchen. Ik ben 26: wat wil ik nog allemaal doen in mijn leven? Mijn muziek zal ook niet voor altijd meegaan. Ik heb ook geen diploma, daarom dat ik ook veel reis en veel kan nadenken. Ik ben al aan het denken aan een volgende bestemming, Iran graag.”

In een interview met Het Belang van Limburg zei je dat onze scene volwassen is geworden. Wat bedoel je daarmee?

“De scene is geëvolueerd. Vroeger had ieder zijn kliekje en moesten we ons bewijzen tegenover elkaar. Vroeger wou ik ook bluffen en deed iedereen maar wat postcoderaps. Nu maakt iedereen gezellig en fijn samen muziek. Nu zijn we allemaal relaxed onder elkaar. We zijn geen kinderen meer. Het is allemaal gegroeid. De wereld verandert, we zijn ook veel opener. Samen sta je sterker. Daarnaast is nederhop hier sinds een paar jaar in: er is een publiek voor Nederlandstalige hiphop.”

Veel artiesten die met je samenwerken appreciëren je als persoon. Hoe voel jij dat aan?

“Ik vind het fijn om met anderen mensen samen te werken, omdat je er heel veel uit leert. Kleine dingetjes, je ontdekt telkens een nieuwe manier van werken. De ene voelt een track anders aan dan de andere, zo leer je andere benaderingen. Als artiest steek je zo veel op. Frank Telli neemt dikwijls mijn videoclips op. Franky is een goede vriend van mij geworden. Via je muziek een mooie vriendschap opbouwen, dat is extra mooi.”

 

“Door mijn vader ben ik trager en rustiger gaan rappen.”

 

Don Luca vindt dat er in zijn tijd niet de nodige middelen waren in Genk, was dat bij jou anders?

“Zo’n project als Genkster Squad, waarbij jonge rappers worden begeleid, hadden wij indertijd ook. Dus het ligt niet aan de steun van de stad of provincie. Er is gewoon veel veranderd: iedereen kan thuis opnemen. Nu hebben we YouTube en andere sociale media. Het is makkelijker geworden om nummers te maken. Ik zou wel aan jonge mensen willen zeggen om te wachten met muziek uit te brengen, totdat de kwaliteit voldoende is. Dat is een fout die we vroeger ook gemaakt hebben en dat is voor niets goed. Als ik ergens moet optreden en er staat vijf man te kijken, dan weet ik dat ik nog wat langer in mijn kot moet kruipen om nog meer mijn best te doen.”

“Mijn ouders checken trouwens al mijn muziek. Door mijn vader ben ik trager en rustiger gaan rappen. ‘Je zit maar te rappen en te rappen, maar niemand verstaat wat je zegt’, zei hij me enkele jaren geleden. Hij had wel degelijk gelijk. Nu leg ik meer de nadruk op mijn tekst. Vroeger rapte ik te snel, ik bleef maar gaan. En maar tonen wat ik kan. Maar dat is voor niets goed. Ik wil gewoon mijn verhaal vertellen en doe dat op een rustige manier. Nu kunnen mensen op hun gemak mijn teksten checken, dus thanks pa.”

Foto’s: Anke Dom in opdracht van FLUS

over de auteur

Sander Carollo

LinkedInTwitter