Slongs Dievanongs: “Ik hoop dat er op een dag niemand meer in vakjes denkt”

FLUS interviewde Slongs Dievanongs (35) naar aanleiding van haar doorbraakjaar. Ze moet er zelf nog wat van bekomen. “Vorig jaar was ik de sidekick van Halve Neuro en had ik één nummertje. Een jaar later heb ik twee liedjes op de radio, zit ik bij Sony, heb ik een manager,… What the fuck happened?”

Haar deelname bij ‘In de mix’  veranderde Charissa Parassiadis – beter gekend als Slongs Dievanongs – haar muzikale loopbaan. Ze ging aan de slag met Nicole & Hugo’s tophit ‘Goeie morgen, morgen’, rapte iedere vrijdag het weekoverzicht bij Studio Brussel en ze werd gedraaid op de radio. De videoclip van “Lacht Nor Mij” telt momenteel al bijna een half miljoen views. Dat nummer bracht ze de hele zomer door op het één-programma Vlaanderen Muziekland. Op de koop toe won ze met die single de Radio 2 Zomerhitaward voor ‘Beste ambiance’. FLUS zocht Slongs op in het hartje van Sint-Andries, de wijk waar ze subtiel de buurt vertegenwoordigt in een imposant graffitiwerk.

Hoe het met haar gaat? “Impressively. Het is allemaal heel snel gegaan. Ik word wat overweldigd: wat verwachten de mensen van mij en wat gebeurt er nog allemaal? Ik moet mezelf wat kalmeren. Als alles wat rustiger verloopt, zou ik op latere leeftijd graag een dierenshelter willen oprichten. I love animals.” Ondertussen wordt ze bejubeld door kleine kindjes en legt ze aan oudjes uit wat dissen betekent. Slongs brengt hiphop voor jong en oud. “Eind september komt de nieuwe single uit. Een EP volgt nog.”

Nog eens proficiat met je award.

Als Antwerpenaar de award voor ‘Beste ambiance meenemen, was een schot in de roos. Ik had het nochtans niet verwacht. Wie ben ik in de Vlaamse showbizz? De andere genomineerden draaien al tien, twintig jaar mee en hebben een stevige fanbase.

 

“De meisjes van K3 wouden met mij op de foto.”

 

Je haalde maar liefst vier nominaties in de categorieën Beste vrouwelijke artiest, Beste ambiance, Doorbraak en Zomerhit. In welke categorie lagen je kansen het best?

Bij ‘Beste ambiance’ waren die het hoogste. Bij ‘Vrouwelijke artiest’ zou ik Natalia verre van kunnen verslaan. ‘Doorbraak’ kon ook, maar Paulien Mathues is een sterke madam, ik gun het haar volledig en Ozark Henry won natuurlijk dikverdiend de Zomerhit met I’m Your Sacrifice. Ik ben trouwens bijna elke aflevering erbij geweest, een stuk of tien keer. Nu blijkt zelfs dat ik een van de artiesten was die er afgelopen zomer het meest gespeeld heeft.

Vond je het tof?

Vlaanderen Muziekland, dat is niet hiphopland hé. Het is een andere wereld dan festivalsites, of shows in jeugdhuizen. De eerste keer was het even wennen en liep ik er bescheiden bij. Er zijn schminksters, kapsters en een productieleiding regelt de gang van zaken. Een heel andere vibe, maar daarom niet minder plezant. Eerlijk gezegd doe ik liever een show met Halve Neuro waarin je een uur kan rocken en mensen ziet stagediven. Toch ben ik blij dat ik ook de andere kant van het spectrum mag meemaken. Vanuit de streets tot de mainstream geraken is iets speciaals.

Op een andere manier kom je bijlange niet in contact met artiesten als de Romeo’s en Bart Kaell. Backstage sprak ik Will Tura eens aan. ‘Meneer Tura, bedankt voor uw bijdrage aan de hiphop in de jaren 80 met uw nummer ‘Moa Vent toch’. Hij legde uit dat zijn dochter Sandy naar Yo! MTV Raps keek en hij vroeg wat dat toch allemaal was. ‘Papa, blijf daar maar van af’, zei haar dochter, ‘dat is niets voor u’. Will Tura bewees haar het tegendeel.

Geweldig dat ik hem daarvoor kan bedanken. Naar mij kwamen ze ook weleens toe. Gert Verhulst sprak dan extra plat. En de meisjes van K3, drie toffe wijven, wouden met mij op de foto.

 

 

Wat vond je vroeger van de mainstream muziekwereld?

Ik sta voor alles open, maar Belgen denken graag in hokjes. Ik denk dat er vanuit de hiphopscene dus enkelen dachten: ‘Nu hebben we het gezien met Dievanongs, als ze naast Jo Vally staat, is ze niet meer van ons.’ Ik hoop dat op er een dag niemand meer in vakjes denkt.

In het begin had ik wat angst om in de mainstream naast K3 te staan. Maar voor zo’n ruim publiek kan ik hiphop promoten. Hier en daar wat kritiek hoort er dan bij. Nelson Mandela heeft 27 jaar in de cel gezeten. Snapte?

 

“Nicole & Hugo beschouwen mij als hun petekindje.”

 

Hoe ben je eigenlijk bij ‘In de mix’ beland?

De programmamakers hadden nog geen vrouwelijke rapper. ‘Neem mij dan maar’, stelde ik voor. ‘Heb jij al een eigen nummer?’, kreeg ik terug te horen. Dat had ik nog niet, de week daarop zou ik mijn eerste solonummer opnemen, een cover van Lil’ Kim: ‘A moate’. Dat sloeg aan, mijn spontaniteit gaf de doorslag. Ik had geen stress om te presteren. Ben je te resultaatgericht, dan mis je soms plezier omdat je focus te hard ligt op het presteren. Ik probeer zo weinig mogelijk doelen te stellen en zo veel mogelijk te genieten van het moment zelf.

Hoe kijk je terug op het programma?

Jammer dat het programma niet hernomen wordt. Nu zou er nog meer belangstelling zijn. Wat ik zo mooi vind aan het In de Mix-verhaal is dat gasten zoals Yuboy Jeffrey en Kain enorm onder de indruk waren van de artiesten waarmee ze samenwerkten. Jeffrey werkte met Paul Severs en je zag hem met consternatie Severs bewonderen omdat hij meer dan een miljoen platen verkocht heeft. Zonder dat programma zou je dat nooit bereiken.

En Nicole & Hugo…. Zij staan maar liefst 42 jaar op de planken. Ze beschouwen mij als hun beschermeling, hun petekindje. Voor de uitreiking van de Zomerhitwards had ik Nicole aan de lijn. Ik hoorde haar met een krop in de keel: ‘Suske, we komen vanavond hé. We komen je steunen Sus.’ Wat je in onze aflevering zag, was heel intens. Ik heb driemaal geweend van ontroering.

Het programma heeft voor hiphop in Vlaanderen enorm veel betekend. Er is een deur geopend. Vlaamse hiphop op radio en tv buiten ’t Hof Van Commerce is op zich al een revolutie. Zoveel jongens zijn nu wijder gekend en krijgen meer optredens. Op ieder festival staan Vlaamse rappers. Safi & Spreej pakken volgens mij Nederland in en ik verwacht nog meer samenwerking tussen Nederlanders en Belgen.

Twee jaar geleden moest je smeken op je knieën bij Studio Brussel en met wat geluk, mocht je iets doen. Nu zijn rappers al welkom bij MNM. Sony ging met mijn nummer naar Q Music. Normaal neemt die zender dat niet aan. Dialect én hiphop is not done. Maar de deurtjes gaan open.

Mijn nummers heb een popdeuntje, wat aanslaat bij het ruimere publiek. Het is wel niet zo dat anderen nu ook in de mainstream moeten, ieder zijn eigen pad. Den Halve wil mij bijvoorbeeld nooit vergezellen bij die Radio 2-optredens.

 

“Hoe groter je bakkes, hoe meer je soms te verbergen hebt qua kwetsbaarheid.”

 

Dat popdeuntje, was dat de klik die je maakte om meer kansen te krijgen?

Nee, zo denk ik niet. Ik maak gewoon muziek die ik leuk vind.

Maar je maakte vroeger toch andere muziek?

(fluistert) Ik heb eigenlijk nog niet veel muziek uitgebracht. ‘Goeiemorgend, Goeiendag’ is mijn eerste echte nummer, dus geen cover. Vroeger was ik ‘vuiler’, maar dat is niet voorbij omdat ik op de radio kom met een nummer over blije kindjes. Ik kan nog altijd liedjes maken over beffen. Dat blijft voor de underground, bij optredens met Halve Neuro hoor je ook niet de Slongs van op Radio 2. Dan ben ik ruwer en gaat het over centen en venten. Ik denk helemaal niet in vakjes. Waarom zou je niet alles kunnen?

 

flus - slongs -dievanongs

 

Je kan nog het een en het ander ontdekken, pas sinds drie jaar ben je intensief beginnen rappen.

Klopt, daarvoor deed ik pas na een paar pinten een freestyle, veel verder ging dat niet.

In die drie jaar tijd beschouw je het nummer van In de mix als je eerste echte solonummer. Wat heb je in die periode dan gedaan?

Met Halve Neuro opgetreden. Ik schreef wel teksten, maar ik had nog onvoldoende zelfzekerheid en hield mij enkel aan wat stoere refreintjes. Ieder mens is in se onzeker. Ook Antwerpenaren: hoe groter je bakkes, des te meer je soms te verbergen hebt qua kwetsbaarheid.

Jij bent vrij laat begonnen met intensief te rappen. Vanwaar die late klik?

Dat is heel organisch verlopen. Het is eigenlijk begonnen als een practical joke. We maakten een hiphopmix in old skool-stijl en in ’t Antwaarps: ‘Blut en blijven gaan’. Dat is uitgegroeid tot hetgeen het nu is.

Ongelofelijk hoe je leven zo kan kantelen.

Zot hé. Een paar jaar geleden was ik nog cafébazin en werkte ik twaalf uur per dag. Een heel ander leven.

Waarom ben je gestopt met je café?

Ik was aan iets nieuws toe en gaf het over aan iemand. Ik ben toen gaan reizen en bij mijn terugkomst had ik mijn eerste optreden bij Halve Neuro. Om de kost te verdienen werkte ik hier in ’t Missverstand (het café waar het interview plaatsvond, nvdr.). De horeca is een microbe en dan is het heel moeilijk om dan van job te veranderen. Ik ben keigoed in de horeca. Het zijn ook leuke uren en je mag drinken tijdens het werk. Als je iets organiseert en het wordt enthousiast onthaald, is dat telkens een pluim voor jezelf. Deze zomer heb ik geen tijd gehad voor andere zaken, ik doe nu ook een gooi naar het artiestenstatuut. Het zou fijn zijn moest ik van muziek mijn job van kunnen maken.

Je kan je mannetje wel staan in de stoere hiphopwereld.

Ja, het zit er een beetje in. Ben je in de stad opgegroeid en je hangt wat op straat met de coole gasten, dan bouw je een soort haantjesgedrag op. Je vormt een attitude om je dieperliggende kwetsbaarheid te beschermen. Niemand geeft dat toe, maar dat is wel zo. Vroeger had ik het niet eens door van mezelf.

 

“Door de banalisering van seks weten jongeren totaal niet meer waarover dat moet gaan.”

 

Je hebt Griekse roots, hoe ben je in Antwerpen beland?

Mijn grootvader, een zeeman, was aangekomen in Antwerpen en leerde er mijn oma kennen. Ze woonde op het platteland in Sinaai, maar net die dag bezocht ze met haar zussen ’t stad. Mijn opa werd smoorverliefd en bleef hier wonen. Hij was een typische Griek, zijn wil was wet. Met mijn vader heb ik ook afgezien, hij was zeer streng en had nog traditionele waarden en normen. Ik was een verschrikkelijke puber en wou de wereld ontdekken: op mijn dertiende was ik klaar om naar La Rocca te gaan.

En je deed dat dan ook?

Ja, maar dat was niet tof, want ik heb mijn papa veel slapeloze nachten bezorgd en hij wou enkel goed doen. Nu beseft hij dat hij misschien te streng is geweest en is hij heel fier op mij. Hij draagt zelfs Halve Neuro-truien en heeft me trouwens deze ketting cadeau gedaan. (Slongs toont haar ketting, waar een halve euro en een doorgesneden euromunt aanhangen.)

flus - slongs - dievanongs - ketting

In een interview met Joepie had je het over drugs. Hoe ben je uiteindelijk op ‘het goede pad’ geraakt?

Het goede pad… Ik ben nooit op het slechte pad gekomen. Ik was in de Joepie zo eerlijk omdat het een pubermagazine is. Ik vind het belangrijk om oprecht te zijn over zulke dingen. Hoe meer iets verborgen is, des te meer jongeren ernaar zoeken.

Ik blow. Nog altijd. Op zich is daar niets mis mee, maar op jonge leeftijd – in volle ontwikkeling – is dat nefast. Ik heb velen zien scheef gaan en er veel in een psychiatrie zien belanden omdat ze veel te vroeg begonnen smoren en dat niet aankonden. Als je experimenteert: denk na en informeer je. Dankzij het internet is dat mogelijk. Ikzelf ben verder gegaan met experimenteren. Voor mij hoorde dat bij de ontwikkelingstocht van het leven. In de frituur varieer ik ook mijn bestelling. Laatst koos ik voor de eerste keer pickles, dat was mijn revelatie van 2013.

Ik heb in Joepie ook over mijn eerste seksuele ervaringen gebabbeld. Ik vond dat heel belangrijk om jonge meisjes dat mee te geven. Wat ik tegenwoordig allemaal hoor (fronst haar wenkbrauwen) Verhalen waarbij via internet afgesproken wordt om in de wc een pijpbuurt te geven… Tegenwoordig gaat het heel hard. Door de banalisering van seks weten jongeren totaal niet meer waarover dat moet gaan. Pornofilms geven een vertekend beeld. Dertienjarige meisjes zijn op hun leeftijd heel kwetsbaar, ze willen erbij horen en dan doen ze soms dingen waarvoor ze niet klaar zijn. Als je toch seks hebt, kan je –psychisch – de gevolgen heel lang meedragen.

 

 

Het nummer “Lacht nor mij” klinkt ludiek, maar heeft een dieperliggende thematiek. Leg eens uit.

De boodschap is duister. Ik ken namelijk mensen die zich inzetten een weeshuis, Dickey Orphanage, in Tibet. De omstandigheden daar zijn schrijnend. ’s Winters is het er -20 à -30 graden Celsius. Enkele vrijwilligers vroegen me om op te treden op een benefiet en dat zette me aan het denken om dat nummer te schrijven.

Hoe is het om daar geboren te worden? Of hoe is het om kind te zijn zonder mama? Daaruit kwam de gedachte dat het hier zo goed is. Onlangs hoorde ik dat het weeshuis ontruimd is. Alle kinderen werden met bussen weggehaald en China heeft hen in staatsweeshuizen overgebracht. China’s binnenlandse politiek kennende gaan we ook niet te weten komen wat er met die kinderen gebeurt…

Het glas is hier dus méér dan halfvol. (Zoals in haar Twitterbio staat, nvdr.) Als je zo naar de wereld kijkt, verandert je blik op het leven. Verleg je focus en zie naar hetgeen je wél hebt in plaats van hetgeen drie percent van de wereld heeft. Wij hebben het zo goed.

over de auteur

Sander Carollo

LinkedInTwitter